Door microkrediet kon deze vrouw een bedrijfje opzetten

Mchanganyiko Vrouwengroep runt bedrijf in sloppenwijk.

Het verschil tussen mannen en vrouwen wordt in Kibera extra duidelijk wanneer het op geld aan komt. De man besteed zijn verdiende geld aan kleding, auto’s en alcohol; de vrouw besteedt haar verdiende geld aan haar gezin. Voor de man komt zijn gezin niet op de eerste plaats en dat maakt de vrouw de belangrijkste kostwinner van het gezin. Waar komt dit verschil in bestedingspatroon vandaan? De vrouwen in Kibera vertellen ons dat het komt door de band die zij hebben met hun kinderen, het moedergevoel. Een vader voelt zich over het algemeen alleen vader wanneer het aankomt op het aantal kinderen dat hij heeft, niet zozeer op het leven dat zijn kinderen leiden.

Tijdens ons bezoek aan de Mchanganyiko vrouwengroep in de sloppenwijk Kibera maken we kennis met deze hardwerkende vrouwen. De groep bestaat uit 32 vrouwen die allemaal met een kleine lening (microkrediet) een bedrijfje hebben opgezet. Het geld voor de lening werd opgebracht door de vrouwen zelf. Iedere week stortten ze 100 shilling (ongeveer 1 Euro) in een gezamenlijke pot. Van dit geld kon wekelijks telkens een ander groepslid een bedrijfje opzetten. Je moet denken aan het maken van kleding, verkoop van groente, eigengemaakte snacks of manden. Eénmans(vrouws)zaakjes die net genoeg geld opbrengen om een gezin te onderhouden.

De verkoop van water is een gat in de markt

Zakenvrouwen
Tegenwoordig hebben de vrouwen het iets professioneler aangepakt en een bankrekening geopend. Dat is handig, want er komt nu ook meer geld binnen. De vrouwen hebben een aantal zeer creatieve ideeën uitgevoerd waardoor ze meer geld verdienen en dus meer leningen kunnen geven aan nieuwe en bestaande groepsleden. Paul noemt ze gekscherend ‘harde zakenvrouwen’ en volgens ons zijn ze dat ook. Ze zien mogelijkheden om geld te verdienen en zijn bereid om daar hard voor te werken.

Gat in de markt
Met hulp van ChildsLife hebben ze een aantal jaren geleden een stuk grond gekocht aan de rand van de sloppenwijk. ChildsLife heeft ook de bouw van een twee klaslokalen, een gemeenschappelijk hal, een kantoor, de keuken en toiletten gefinancierd. Nu verhuurt de groep ruimte voor workshops en bijeenkomsten. Een gat in de markt, want er zijn in Kibera heel veel HIV-zelfhulpgroepen en informatiebijeenkomsten over AIDS. Allemaal hebben ze een goede ruimte nodig en Mchanganyiko kan ze dat bieden, met of zonder catering! Is de ruimte bezet, dan verhuren ze ook tenten en stoelen. In het weekend kun je er tv (ook een donatie van ChildsLife) kijken. Uiteraard tegen betaling. Weer een gat in de markt want het Europees voetbal wordt hier op de voet gevolgd. Overdag kunnen ouders kun kinderen naar de crèche brengen. Tegen een kleine vergoeding krijgen de kinderen hier les en twee maaltijden per dag. Een andere belangrijke inkomstenbron is de verkoop van water. Een schaars goed in Kibera, dus erg gewild. Het verdiende geld gaat naar de bank en daar kunnen andere vrouwen dan weer leningen van krijgen. Het is de bedoeling om zoveel mogelijk vrouwen te laten profiteren van de leningen. Met name weduwen en HIV-besmette vrouwen. Wanneer zij eenmaal een bedrijfje hebben opgezet, kunnen ze afrekenen met de armoede en hun gezin eten en onderdak geven.

Mama Zuhura, alias Mama Viazi


Verschil van dag en nacht
Zeven vrouwen hebben de dagelijkse leiding bij Mchanganyiko. Naast hun vaste bezigheden bij de groep runnen ze ook nog hun eigen bedrijfje. De mama’s, zoals vrouwen hier eerbiedig worden genoemd, nemen ons vol trots mee naar hun huizen en laten zien waarmee zij de kost verdienen. De vergelijking met de eerdere huisbezoeken aan HIV-besmette moeders kan niet uitblijven. Dit is een verschil van dag en nacht! Deze vrouwen hebben met behulp van hun kleine bedrijfjes een groot verschil kunnen maken in het leven van hun gezin. Werk betekent leven. En gezondheid is daarbij het grootste goed.

Volgepropt met eten
We worden volgepropt met gefrituurde aardappeltjes, waterijsjes en vis. Deze lekkernijen verkopen de vrouwen ’s ochtends langs de weg aan voorbijgangers. Vaak aan mensen op weg (of op zoek) naar werk. Helaas moeten we de mandazi (soort van oliebollen) missen, maar als we laten weten (hint!) dat we de volgende dag weer komen, wordt ons verzekerd dat we mandazi kunnen eten. Helaas zijn deze mandazi veel groter dan die wij kennen uit de supermarkt. Om niet onbeleefd te zijn, werken we er ieder twee weg. Ze zijn heerlijk dus echt veel moeite kost het ons niet. Nu redden we het wel tot het avondeten! Maar een uurtje later staat de lunch al voor onze neus. Omdat de vrouwen vinden dat we goed moeten eten, scheppen ze een grote berg ugali (maïspap) op ons bord. Tegenspartelen helpt niet dus ook dit bord eten we braaf leeg.

Peter heeft voor alle vrouwen nieuwe namen bedacht. Dit tot grote hilariteit van de dames. We hebben nu mama mandazi, mama samaki (vis), mama viazi (aardappel) mama maji (water) en mama jikoni (keuken). Voor ons een stuk eenvoudiger dan hun moeilijke Arabische namen (veel inwoners van Kibera komen oorspronkelijk uit het Arabische deel van Sudan). En nu kunnen we gemakkelijk onthouden wie wat doet. Wanneer we aan het eind van de dag vertrekken - met heel veel verhalen, indrukken én een plastic zakje met mandazi - zijn de bijnamen inmiddels ingeburgerd!

De maand oktober verblijven we in Busia (op de grens met Oeganda) om daar voor International Child Support (ICS) een aantal van hun projecten te bezoeken. Deze organisatie heeft net als ChildsLife haar hoofdvestiging in Nederland (Nunspeet) en een regiokantoor in Nairobi. Ook zij zet zich in voor kinderen in Kenia en scholing staat daarbij centraal. We laten Nairobi even achter ons, maar komen eind oktober weer terug voor het bezoek dat “onze collega’s” van ChildsLife dan aan Kenia brengen.


ChildsLife
Nijverheidsweg 35b
2031 CN Haarlem
Tel. +31 (0)23-557 0081
Fax. +31 (0)23-562 0770
info@childslife.nl