We zijn weer terug in Nairobi! En of je daar nu zo blij mee moet zijn…..? Het is een ontzettend drukke stad die bezoekers weinig te bieden heeft. Officieel heeft Nairobi 3,5 miljoen inwoners, officieus 5 miljoen. Zeker de helft van al het verkeer in de hoofdstad bestaat uit openbaar vervoer. Ze hebben hier bussen in allerlei formaten waarvan de matatu, de kleinste, het gevaarlijkst is. Van het maximum aantal passagiers van 14 trekken de chauffeurs zich niets aan. Hoe meer klanten, hoe meer geld. Dus stapelen ze mensen, koffers en dieren op tot aan het dak. Daarbij rijden ze als gekken en regelmatig gebeuren er ongelukken. Alleen in geval van nood wordt ons geadviseerd een matatu te nemen.
Als echte Hollanders willen we natuurlijk af en toe ook een stukje lopen. Dat doen we “kaal”. Alles van waarde laten we thuis; horloge, ringen, oorbellen, geld en mobiel. Bij ons valt niets te halen! We lopen zo zelfverzekerd mogelijk, zodat het lijkt alsof we hier al jaren wonen. Ons wandeltempo passen we aan aan dat van de Kenianen en al slenterend verkennen we de omgeving.
Echte wandelpaden zijn er niet, dus lopen we langs de weg. Net als de Kenianen worden we handig in het ontwijken van auto’s en dat is zeker een voordeel in de drukke spits. Het is een hele kunst om tijdens het wandelen niet te diep te ademen; de uitstoot van uitlaatgassen is hier enorm hoog! Auto’s die bij ons onmiddellijk van de weg worden gehaald, trappen hier het gas nog een keertje in, produceren een enorme roetwolk en vervolgen hun weg.